woensdag 19 oktober 2016

Werkdruk(temakers)

Werkdruk?

Werk, werken, druk en werkdruk, volgens de Online Van Dale
1 op de 3 werkenden ervaart werkdruk. in het onderwijs is getal veel hoger: bijna 2 op de 3 werkenden ervaart (hoge) werkdruk. Wat is werkdruk precies en wat doe je er aan of juist tegen? 

Tijdens de NOT in de jaarbeurs geven Ton Bruining en ik een workshop over werkdruk. In de aanloop daar naar toe en de voorbereidingen stel ik mijzelf een aantal vragen. De gevonden antwoorden plaats ik hier.

Als eerste actie heb ik het woord uit elkaar gehaald en verdeeld in het werkwoord "werken", de zelfstandige woorden "werk" en "druk" en tot slot weer samengevoegd tot "werkdruk". 
Betekenissen volgens de VanDale online in de afbeelding hiernaast.

Betekenis Werkdruk n.a.v. woord onderzoek(je):

Volgens de VanDale is werken en werk bij voorkeur dus een bezigheid, waar je als het goed is, ook nog voor betaald krijgt. Tegelijkertijd kan werk een uitwerking op je hebben: (bijvoorbeeld op je zenuwen werken) en vraagt het inspanning, moeite van de werkende, maar ook kracht. 
Druk is ook een mooi woord: het betekent niet alleen veel werk hebben of meebrengen, maar ook: onrustig en beweeglijk. Dat is interessant! als we dan de woorden weer koppelen krijgt voor mij "werkdruk" de volgende betekenis: "onrust door veel werk hebben". Hm? is dat inderdaad wat alle mensen voelen als zij klagen over werkdruk? En is dat de ervaring die wenselijk is? 

Werkdruk: gevolg of keuze?

Er zijn veel theorieën en verklaringen te vinden over werkdruk, de gevolgen en de aanleiding. Wat mij nu opvalt is dat ervaren van druk in alle gevallen terug te leiden is naar jezelf. Hoe richt je zelf je werk in? Wat pak je op en waar zeg je nee tegen? Met wie werk je samen? Welke verwachtingen heb jij van de ander en de ander van jou?

Met mijn partner Dick maak ik gebruik van de BigFiveForLife theorie: focus op de doelen die je echt wil volbrengen, waardoor je geen druk ervaart en alleen doet wat je echt wil. dit vraagt om keuzes: als je niet kiest komt alles op je af en kun je eigenlijk niets echt afmaken of bereiken, omdat het teveel is. als je focust weet je wat je taak is, waar je naar toe wilt en vraag je de mensen in jouw (werk) omgeving om hulp. De samenwerking die hierdoor ontstaat is inspirerend en geeft "flow" aan je werkzaamheden om je doel te bereiken.

Boekcover Tony Crabbe

Lees je het boek "nooit meer te druk" van Tony Crabbe, dan kom je tot een soortgelijke conclusie: druk zijn is een keuze en hij roept op tot nadenken. Bijvoorbeeld:"wil jij dat jouw kenmerk drukte is?" Ben jij een persoon die iedereen zich herinnert als iemand met werkdruk? Of zorg jij er voor dat jouw echte kernkwaliteiten als een "merk" aan je kleven? 

De vraag is: wat wil jij bereiken? Gelukkig werken vanuit flow? Succesvol werken omdat je keuzes durft te maken? 

Ook bij Tony Crabbe draait het om focus, keuzes maken en de juiste mensen inschakelen tijdens je werk. Maak je keuzes, dan ervaar je minder druk en wordt een keer "nee" zeggen steeds eenvoudiger.

Vervolg: 

De komende maanden plaatsen mijn collega's en ik regelmatig een item over werkdruk (in het onderwijs). Heb je input voor ons? Wil je meepraten? Neem contact op of plaats een reactie! Dat stel ik bijzonder op prijs!






vrijdag 2 september 2016

Altijd vakantie, waar je ook bent!

We zijn weer terug van vakantie, een heerlijke vakantie! Wat een ervaring: alleen wij ,
met elk een rugzak. Geen auto, geen fiets, alles lopend en openbaar vervoer en vooral: geen spullen!

Een heel fijne en bijzondere ervaring: zo bevrijdend om niet meer te kunnen gebruiken dan wat je bij je draagt op je rug en daar dan ook gewoon alles mee te doen! Heerlijk om zo vanuit de basis te leven.

Het grappige is dat je ontdekt dat mensen die je tegenkomt ineens anders naar je kijken, je vragen of ze je kunnen helpen en net even extra aandacht geven en dat in een gebied waar ze het zelf niet zo gemakkelijk hebben (Noord Italiaanse Alpen bij de Franse grens). Wij ontmoetten een en al vriendelijkheid, openheid en gastvrijheid.

Bij de een mochten we spontaan in huis overnachten, bij de ander kreeg je een cadeautje mee voor onderweg, op de campings deelden andere vakantiegangers hun stoelen en wijn met ons, echt geweldig om mee te maken.

Onderweg bracht ons dat ook inspiratie, voor ons eigen leven en voor nieuwe trainingen. Dick en ik gaan hard aan de slag met de uitwerking. We willen graag met een groep of team de Ardennen in, of wie weet ook de Alpen, met het doel dichter bij jezelf komen. Hoe we het gaan doen weten we nog niet precies. Het is een proces dat steeds meer vorm krijgt en ieder geval leidt tot een concreet plan van aanpak als je weer terug bent in je eigen huis, op je eigen werk.

Hieronder een overzicht van onze bepakking, onderweg hebben we geleerd dat we nog minder mee konden nemen dan wij hadden, wat hier staat is wat wij een volgende keer ook mee willen nemen. De rugzak van Ageeth weegt ongeveer 10 kilo (inclusief water), die van Dick was nu erg zwaar (bijna 25 kilo), de volgende keer komt hij met onderstaande lijst niet boven de 15 kilo.

Inhoud rugzak:

  • 4 onderbroeken
  • 2 topjes
  • 2 T-shirts
  • 1 korte broek
  • 1 zomerjurkje (haha niet voor Dick natuurlijk :-))
  • slippers
  • minimale hoeveelheid toiletartikelen: kam, tandenborstel en tandpasta, kleine flacon bodylotion en zonnebrandcrème
  • zaklampje
  • regenjasje
  • 1 vest
  • bikini of zwembroek
  • microvezel handdoek
  • slaapzak
  • luchtmatrasje
  • lakenzak
  • wandelstokken 
  • mok
  • superlichte opvouwbare lepel en vork
  • zakmes
  • 2 liter waterzak 
  • wandelkaart gebied
De enige lange broek was de super(niet)sexy afritsbroek. Vreselijk ding, maar reuze praktisch. Dick had het iets zwaarder: hij droeg onze tent mee en de jetboiler om te koken.


zaterdag 11 juni 2016

MBO docenten meer uitdagend aan de slag?


De kop boven een artikel in MBO-today van 10 juni 2016 luidt: MBO-leerlingen willen meer uitdagingen. Ondanks het feit dat de helft van de leerlingen tevreden is, is dus de andere helft niet tevreden, mist uitdaging en motivatie. Een uitslag waardoor ik mij afvraag: kunnen we daar eens over doorpraten? Wat heeft de gemiddelde leerling nodig om wel gemotiveerd te raken en uitdaging te voelen? Hieronder mijn blik op deze vragen.

Beeld

In mijn eigen werksetting als adviseur ben ik er van overtuigd dat je wat je van de ander vraagt ook zelf oefent, door-oefent, evalueert en beheerst. In veel Mbo scholen die in mijn werk voorbij komen, spreek ik met verschillende studenten, docenten en leidinggevenden. Van studenten hoor je inderdaad vaak dezelfde verhalen: “we werken teveel achter de computer” of “we werken teveel zelfstandig, ik heb geen begeleiding” of: “de docent weet helemaal niet hoe het op mijn stage is en zegt alle verkeerde dingen”.
Dat werkt demotiverend voor de student en wat weer doorwerkt op de docent, want de student is niet gemotiveerd, dus krijg je een neerwaartse spiraal van demotivatie in de school.

Practise what you preach

Docenten hebben terecht verwachtingen van studenten. Deels is het echter onterecht: vaak vraagt de docent iets van de student, wat in de school organisatie zelf niet gebruikelijk is:
  • samen aan een opdracht werken,
  • samen leren in een groepje,
  • reflecteren op eigen werk en dat van elkaar.
Wat houdt de docent tegen om zelf deze werkvormen samen met het team toe te passen om blijvend een lerende organisatie te zijn / worden? We verwachten creativiteit en innovatie van studenten terwijl we dat zelf niet altijd toepassen. We vragen een nieuwsgierige, open, lerende houding van studenten, bij voorkeur in samenwerking met elkaar. Doen we dat zelf eigenlijk wel? Hoe reflectief is de docent op zijn eigen handelen? Op de wereld om hem heen?
Ook hoogleraar Marjan Vermeulen benoemd in haar oratie het belang van samen leren en praten met elkaar in het team over de praktijk van alle dag. Wat hebben docenten nodig om dat voor elkaar te krijgen? Gaat dit hand in hand met de motie van Paul van Meenen omtrent de verlaging van het gemiddelde aantal lesuren? Zit daar de oplossing of gaat het om iets heel anders als een cultuur- en gedragsverandering?

Verbind door uitdaging te zoeken in de professionele dialoog

Zelf geloof ik in dat laatste: cultuur- en gedragsverandering. Er zijn uitermate betrokken docenten die vernieuwend en reflectief kijken naar de eigen lessen. Met elkaar delen, al is dat al weer wat minder zichtbaar. Hoe de verdeling is tussen docenten heb ik niet in een onderzoek kunnen vinden, maar ik schat in dat dit net als de uitslag van de JOB enquête, ongeveer om de helft van de docenten gaat. Eén helft die zichtbaar uitdagend werkt en één helft waar dat niet zichtbaar is. Kunnen we met elkaar in een dialoog praten over motivatie, proactief innoveren en leren organiseren naast een lerende organisatie zijn? Dick en ik dagen  je uit!

woensdag 4 november 2015

21th century skills uit het jaar 0?

dinsdag 16 december 2014

Hoe wil jij dat jouw 'levensmuseum' eruit ziet?





Wat als alles wat jij gedaan, gezien, gezegd en ervaren hebt in jouw persoonlijke museum komt? Hoe ziet jouw levensmuseum er dan uit? Deze inspirerende video geeft heel mooi de essentie weer wat de Big Five for Life inhoudt.

Je eigen Big5 ontdekken? Dat kan onder andere tijdens ons Discovery weekend in Hoepertingen België, 23 t/m 25 januari 2015.  Start het nieuwe jaar fris en energiek, zorg dat je museum goed gevuld raakt!

meer info: www.zumer.nl, of mail naar info@zumer.nl 


maandag 29 september 2014

leren via vragen: de beste leerplaats is...

Er wordt van kinderen veel gevraagd: we vragen ze al jong te kiezen voor een beroep of op zijn minst een richting. Vandaag was ik op een bijeenkomst met kappers, onderwijsmensen, Hoogleraren Marinka Kuijpers en Aryan van der Leij. De bijeenkomst ging over "uitval tijdens de stage". Komt het vaak voor, wat is de reden en kunnen we uitval tijdens stage voorkomen? Helaas komt het relatief vaak voor dat een leerling uitvalt tijdens de stage.

Wat gaat vooraf aan stage? Beroepskeuze. De leerling wordt geacht een keuze te maken voor een beroepsopleiding tijdens zijn loopbaan in het voortgezet onderwijs. Hoe komt die keuze tot stand? Wat doen wij, onderwijs, directe omgeving kind, bedrijfsleven, om deze keuze te ondersteunen? 
Wat vragen wij eigenlijk van een kind? Kent het kind zichzelf al goed genoeg om een keuze te maken? Waar heeft het meestal mee te maken?

Dat laatste kan ik beantwoorden: onze afrekencultuur. Vanaf de start op de basisschool onderwerpen we alle kinderen aan toetsen. We kijken niet naar wat het kind al kan en waar het goed in is, maar plaatsen het op een schaal in vergelijking met andere kinderen en labelen elk kind met een waardeoordeel. Op basis van deze labeling, gaan we met het kind om: jij kunt iets niet zo goed, dus daar gaan we ons druk om maken. Wat je wel kunt, daar gaan we even niet mee verder.

Zo leert een kind zijn eigen vaardigheden niet kennen. Daardoor weet een kind ook niet waar hij goed in is, want dat is nooit verteld, alleen waar hij niet goed in is, vooral op de "lagere" niveaus. 
Dat kan anders! Om een kind echt te begeleiden naar een vervolgopleiding of welke andere keuze dan ook, help je hem het best door vragen te stellen, waardoor het denkproces op gang komt. Dat betekent dat je een vraag stelt en rustig wacht op een antwoord. Niet zelf alvast een antwoord gaat invullen als het even duurt voor een antwoord komt. Geef een kind / leerling tijd om na te denken en stel eens een andere vraag dan: wat heb je vandaag geleerd? of hoe was het vandaag? 
De kans is groot dat je een heel ander antwoord krijgt als je vraagt: waar ben je in de afgelopen week tijdens je stage nu echt heel blij van geworden? Of: wat ben je tegengekomen op je stage waardoor je 's nachts niet kon slapen omdat je ergens boos of verdrietig van werd? Als je de leerling gelegenheid geeft daar over na te denken, dan start het leerproces: het inzicht dat hij daar iets heeft geleerd, iets goed of verkeerd heeft gedaan, maar beide keren: iets geleerd!

Ik ga specifiek verder met de stages bij de kappers. Hoe kunnen we de stages verbeteren? Wat heeft de kapper / praktijkopleider nodig om de stage een echte leerplaats te maken? Wat heeft de leerling nodig om tot leren te komen? Wat kan de opleiding ondernemen om de verbinding tussen alle partijen tot stand te brengen.Ik ben het met beide eerder genoemde hoogleraren eens: we benaderen leerlingen / kinderen teveel vanuit onze hedendaagse afrekencultuur en gaan te veel voorbij aan alle dingen die ze wel goed doen. Daarbij gaan wij er vaak vanuit dat iets "logisch"  is:  iedereen weet dat, dus ook de leerling / het kind. 
Maar hoe kun je iets weten wat  nog nooit aan je verteld is? Vanuit die gedachte ga ik samen met onderwijs en kappers nadenken over de beste manier om duidelijk, eenduidig en consequent, echte leermomenten voor leerlingen neer te zetten, waarbij alles wat wel goed gaat voorop staat!

maandag 15 september 2014

MBO: de Denkende Doener en de omgekeerde leerweg

Vandaag was ik bij een bijeenkomst van Tanja Jadnanansing en Erica Aalsma. De brief die 2 juni dit jaar door minister Bussemaker werd verstuurd is besproken, met het doel: input voor het komende Kamerdebat over deze "juni" brief. In de brief staat kwaliteit van onderwijs centraal. Om kwaliteit te bereiken worden meerdere toekomstige maatregelen voorgesteld. Maar:  bereik je met die maatregelen je doel?

Vandaag waren mensen uit diverse geledingen aanwezig: docenten, schoolleiders, bedrijfsleven, toetsinstituten, onderwijsadviseurs, etc. Allemaal met een eigen mening en een eigen uitgangspunt. Goede ideeën, minder goede ideeën, alles zat er bij. Boven alles viel mij op dat veel mensen blijven denken vanuit: jaren '90, inspectie kaders, schoolvakken, regelgeving, etc. kortom: eigen referentiekaders. Veel mensen blijven vanuit een bepaald beeld, een aanname,  kijken naar de vraag die ons gesteld wordt: wat vinden jullie van de brief en welke adviezen geven jullie mee voor het Kamerdebat?

Wat maakt het zo moeilijk aannames en eigen meningen los te laten en eens helemaal vanuit mogelijkheden naar beroepsonderwijs te kijken? De daar boven hangende vraag is: hebben wij diverse wetten en regelgeving nodig om beroepsonderwijs en bedrijfsleven echt tot samenwerking te bewegen?

Mijn antwoord daarop is nee. Maak onderwijs flexibeler. Bedien het kind, de leerling, op het niveau dat hij nodig heeft. Bouw met elkaar aan een systeem dat prachtig maatwerk levert, zowel voor de leerling als voor het bedrijfsleven. Dat kan zijn:

  • Veel theorie of juist veel praktijk. 
  • Brede beroepsopleiding, of juist een heel smalle
  • School (BOL) of juist al aan het werk (BBL)
  • Lang opleiden of juist een kort traject.
  • Taal en rekenen landelijk examineren of juist inbedden in de beroepscontext.
De grote overal boven hangende vraag is: wat heeft het bedrijfsleven in de toekomst nodig en nog veel belangrijker: hoe helpen wij de leerling een goede keuze maken, waardoor hij een goede start maakt op de arbeidsmarkt en gelukkig is met het beroep dat hij uitoefent? 
Laten we meer energie steken in elk individu, zodat een kind al jong leert zichzelf te kennen en erkennen, zijn vaardigheden leert waarderen en ontwikkelen. Zodat het kind een keuze kan maken, waarmee hij verder werkt aan zijn eigen toekomst, op de manier die het best bij hem past. 

We willen te gestructureerd en vooral te snel. Maatregelen lijken door kosten vraagstukken gedreven te worden, in plaats van door concrete behoeftes vanuit de leerling en de arbeidsmarkt. 
Ik zou liever samen op zoek gaan naar een nieuwe, flexibele vorm van leren, Een vorm waarin theoretisch georiënteerde leerlingen bedient worden, praktische leerlingen bedient worden en leerlingen die het nog niet weten de ruimte krijgen verder onderzoek te doen naar eigen vaardigheden en wensen. 

Onderwijs op maat, waardering voor elke vakman. We roepen het met zijn allen al heel lang. Ondertussen laten we ons leiden door inspectienormen, prestatie afspraken, kwalificaties, etc. 
Wat gaan we doen om het echt te realiseren?

Alles hierboven neemt niet weg dat er vanmiddag veel goede dingen gezegd zijn, veel mensen willen niets liever dan dat onderwijs aansluit bij de behoefte van de leerling en de arbeidsmarkt. Voor zover een geslaagde middag! Nu de vraag: wie gaan actief meewerken aan de realisatie?